dinsdag 26 april 2011

Out of the blue



   Op het eerste gezicht lijkt het een spontane snapshot gemaakt met een mobieltje en vervolgens handig gefotoshopt. Schijn bedriegt. In werkelijkheid is dit portret een meer dan levensgrote tekening, geïnspireerd door een foto, maar vervaardigd met een doodnormale blauwe Bic pen.
   
    Het kunstje, dat gerust ‘kunst’ genoemd mag worden, heeft de in Madrid wonende Juan Francisco Casas de bijnaam ‘Bicasso’ opgeleverd. Zijn werk is al over de gehele wereld tentoongesteld en heeft daarbij tal van prijzen in de wacht gesleept.
 
    Kijk verder en geniet van de verleidelijke wereld van deze jonge Spaanse kunstenaar.









   I am an artist born in La Carolina (Andalusia, Spain). I paint large size oil canvases and ballpoint drawings where I reproduce images I take with my camera, youthful and spontaneous domestic photographs of fleeting moments of nighttime fun.



 
Juan Francisco Casas
.

dinsdag 5 april 2011

Dicht op de huid


Yigal Ozeri - Jessica and Adam in the park, 2009


   Op Art Amsterdam 2009 maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Yigal Ozeri. Van tientallen meters afstand werd ik door de voorstelling aangesproken, door het magische realisme aangetrokken. Toen ik dichterbij kwam, kon ik het nauwelijks geloven - olieverf, uiterst geraffineerde penseelstreken.
   Op enige afstand ben ik vervolgens blijven kijken naar de reacties van toeschouwers, naar de verbaasde gezichten, met de neus op het doek om zich ervan te vergewissen dat het geen foto was, maar echt geschilderd.
   Laten we een ander werk erbij pakken en het eens van dichtbij bekijken.





Priscilla in Ecstasy, 2008

   De voorstelling doet denken aan de Ophelia van Millais uit het verhaal van Shakespeare, die bezweek onder een tragische, onbeantwoorde liefde en er in verdronk.
   Het gezicht van Priscilla, haar hand, de bloemetjes – alles is met de grootst mogelijke precisie weergegeven, alsof ze voor je ogen tot leven komt.

   De hippe heren van Trendbeheer hadden er in hun evaluatie destijds geen goed woord voor over, rekenden zijn werk tot de dieptepunten van het jaarlijkse evenement.
   ‘Ozeri draait er zijn kwast niet voor om een volgend sletje tevoorschijn te toveren,’ zo luidde het vernietigende oordeel.
    Voor deze heren is realisme kennelijk een goedkoop trucje, een imitatie, een vorm van bedrog, die niet thuishoort in de wereld van de ware, lees abstracte of conceptuele kunst.



Priscilla on Horseback, 2008

   Ieder zijn smaak, maar – nog afgezien van de denigrerende toon – je kunt op zijn minst waardering tonen voor de technische beheersing van zijn schilderwerk.
    Toch kun je je afvragen wat de kunstenaar beweegt om de werkelijkheid zo dicht op de huid te willen zitten. Techniek schept niet alleen mogelijkheden, maar kan ook een valkuil blijken te zijn, een lege vorm voortbrengen.
    Laten we de techniek even vergeten en terugkeren naar de voorstellingen zelf.




Jana and Jessica in the field, 2009

   Wat me opvalt is de losse, ogenschijnlijk toevallige compositie van deze voorstellingen. Eigenlijk versterkt dit het realisme alleen maar, alsof er een matige fotograaf aan het werk is geweest, die snel wat plaatjes heeft geschoten van mooie meisjes, die zijn pad kruisten.
   Zo zien we twee naakte meisjes, vlak bij elkaar op een groot, leeg korenveld op een klaarblijkelijk zonnige nazomermiddag. Meer dan de helft van het immense doek bestaat uit minutieus geschilderde korenhalmen. Waarom is de schilder niet wat dichterbij gaan staan?
   Door de omvang van het doek zijn de meisjes nog altijd groot en levensecht. Tegen de grote, weinig sprekende achtergrond komen ze op je af, word je naar ze toegetrokken.




   Goedkoop effectbejag? Wat mij betreft is er meer aan de hand en schuilt daarin de kern van zijn werk.
   In alle doeken speelt naast de meisjes de natuur een grote rol. Soms lijkt deze overweldigend, zoals in het schilderij van Priscilla in het water. Maar ook in de minder dramatische voorstellingen worden de meisjes geplaatst in een omvattende natuur. Soms is dat een weelderig park, een donker of mistig bos, dan weer een woeste zee of een verlaten korenveld.
   De natuur vormt het ideale decor voor de vanzelfsprekende naaktheid van de meisjes. We keren terug naar de onschuld van het paradijs.



Priscilla in Moss, 2008

   Als we er op deze manier naar kijken, zien we in deze schilderijen geen goedkoop tevoorschijn getoverde sletjes, maar ervaren we een terug naar de natuur, een nostalgisch verlangen naar een verloren gewaande werkelijkheid. Zo worden we een atmosfeer binnengezogen, die met digitale fototechnieken niet valt te bereiken, beleven we ware schilderkunst – voor wie er oog voor heeft, natuurlijk.  
  


Adam and Jessica, 2009

.

maandag 7 maart 2011

Helga - de geheime muze


   “There is motion in Rembrandt – his people turning toward the light. But it’s frozen motion; time is holding its breath for an instant – and for eternity. That’s what I’m after.” – Andrew Wyeth


Andrew Wyeth - Helga, 1979


   Haar gezicht staat ernstig – de haren bijeen in twee lange vlechten. Ze lijkt ver weg met haar gedachten. Wat zou er in haar omgaan?
   Ze is zorgvuldig, met veel gevoel voor nuances, bijna haar voor haar geschilderd - de wollen kraag haast tastbaar aanwezig.

   De Amerikaanse schilder Andrew Wyeth verwierf wereldfaam met ‘Christina’s World’, het schilderij van een meisje, eenzaam zittend in het gras, dat je onmiddellijk het gevoel geeft naar iets bijzonders te kijken – Christina blijkt aan het onderlichaam door polio verlamd te zijn.

   De schilderijen die Wyeth van Helga heeft gemaakt zijn heel wat minder bekend. Toch heeft hij meer dan 240 werken aan zijn buurvrouw Helga Testorf gewijd. Het is een fantastische verzameling van tempera en ‘drybrush’ schilderijen, aquarellen en potloodstudies, die hij tussen 1971 en 1985 in het geheim van haar heeft gemaakt. Niemand had er weet van, zelfs zijn vrouw niet. Achteraf zou hij verklaren dat hij het 'project' nooit had kunnen realiseren, als de wereld over zijn schouder had meegekeken. 
.







.
.
   De schilderijen werden teruggevonden in een oude molen. Toen Andrew’s vrouw ze voor het eerst onder ogen kreeg viel er een lange stilte, die ze uiteindelijk verbrak met een enkel, zacht uitgesproken woord: ‘love’.  
.

.
.

zondag 6 maart 2011

Verborgen begeertes


 Eric Fischl - The old man's boat and the old man's dog, 1981
   
 
   Bij het speuren naar kunst op internet stuitte ik op dit schilderij. Ik werd onmiddellijk gegrepen door de merkwaardige voorstelling. Terwijl ik er langer naar keek, ontrolde zich voor mijn ogen een bizar verhaal.
 
   We bevinden ons op een jacht op volle zee. In het midden ligt een vrouw met haar rug naar ons toe. Ze is naakt, wat geaccentueerd wordt door haar witte billen. Ze is kennelijk niet gewoon er zo bij te liggen. Een Dalmatiër heeft een poot over haar been gelegd, alsof hij op het punt staat haar te bespringen. Een vergelijkbare scène speelt zich af tussen de twee mannen op de achtergrond.
   Daar tussenin zit een man pontificaal met zijn kruis naar ons toe, al wordt het zicht hierop ons door de heup van de vrouw half ontnomen. Hij drinkt een blikje bier en kijkt ons brutaal aan, maakt ons tot getuige, een voyeur van dit confronterende schouwspel.
   Op de voorgrond zit nog een vrouw. Ze is als enige gekleed, heeft een zwemvest aan. Ze heft een vinger op. Wil ze waarschuwen voor de grote donkere golf die aan komt rollen? Gaat de boot weldra een prooi vormen voor de golven? Is zij de enige die het gevaar ziet en er op is voorbereid? Moeten de anderen soms boeten voor hun schaamteloze losbandigheid?
   De titel van het schilderij helpt ons voor antwoorden niet veel verder. Integendeel. De hond hadden we al opgemerkt, maar waar is toch die oude man?
 
   De schilder van dit verhaal is Eric Fischl. Ook in andere werken speelt hij met seksuele taboes en bezorgt menig kijker een ongemakkelijk gevoel. Het is alsof hij het publiek uit zijn omgeving, de Amerikaanse buitenwijken een spiegel wil voorhouden. Op het oog wonen er allemaal keurige, nette mensen, maar zoals zo vaak schijn bedriegt. Achter de façades wemelt het van heimelijke verlangens en verborgen begeertes, die Fischl genadeloos blootlegt aan de hand van het vaak bespottelijke gedrag dat mensen daarbij vertonen.
  Het gaat hem daarbij zeker niet om een pleidooi voor een strengere moraal, maar vooral om de hypocrisie, waarmee deze taboes omgeven worden, zichtbaar te maken en te doorbreken.


.
 Birthday boy, 1983


.
 Daddy's girl, 1984


.
                  Girl with doll, 1987



  The bed, the chair, waiting - 2000



 The bed, the chair, jetlag - 2000



 The drink, 2006


   Eric Fischl genoot zijn opleiding aan de academie in het Californië van de jaren zeventig. 'Figuratief' was destijds een vies woord. Schilderkunst was op sterven na dood. Vrijheid luidde het motto: leren tekenen is nergens voor nodig, doe maar waar je zin in hebt.
   ‘Iedereen was naakt,’ herinnert Fischl zich van de modelklas. ‘De helft van de mensen zat onder de verf. De modellen zaten roerloos in de hoek zich tot tranen toe te vervelen. Alle anderen gooiden spullen in het rond, klommen naar het plafond, sprongen tussen de verfbussen. Het was een complete dierentuin.’
   Te midden van deze chaos heeft Fischl zichzelf de techniek meester moeten maken. Daarom oogt zijn stijl naar het oordeel van de critici wat onbeholpen, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de verhalen die hij heeft te vertellen en de overtuigende manier waarop hij deze in zijn karakters weet vorm te geven.
.
 

 Untitled, 2006
.

De schaduw van de tijd


Edward Hopper - Carolina morning, 1955
 
 
 
    Een bezoek aan de tentoonstelling ‘Modern Life – Edward Hopper and His Time’ in de Kunsthal in Rotterdam (november 2009) maakte voor mij om te beginnen twee dingen duidelijk:
  1. Het werk van Hopper steekt ver uit boven dat van zijn Amerikaanse tijdgenoten,
  2. Een schilderij van Hopper herken je onmiddellijk als typisch Hopper.
Wat maakt zijn schilderijen zo bijzonder en herkenbaar?
   
    Allereerst zijn er de karakteristieke thema’s zoals een huis aan de spoorlijn, een interieur met een eenzame al dan niet naakte vrouw, de blik van een vrouw die in de verte staart.
    Daarbij zijn de schilderijen vaak opgebouwd uit terugkerende elementen: het raam of een deur waardoor we naar binnen of naar buiten kunnen kijken, het binnenvallende licht, een soms opwaaiend gordijn, een onopgemaakt bed, een jas aan een kapstok, een klok die de tijd aangeeft, een schilderij aan de muur.
   
   Maar het zijn niet alleen de dingen die getoond worden, maar vooral ook dat wat we niet te zien krijgen. De vrouw heeft haar blik afgewend of kijkt naar iets wat zich buiten ons gezichtsveld bevindt. We zien niet wat zij ziet, zouden graag om een hoekje willen kijken of achterom, maar kunnen onze positie niet verlaten. We blijven altijd voyeur, buitenstaander.
    In een schilderij van Hopper is het verhaal vaak afwezig, we zien slechts de sporen, het vermoeden van een verhaal dat zich aan onze waarneming onttrekt, een lege of afgewende blik, een open ruimte, die ons vragen stelt, die ons uitdaagt om zelf in te vullen.
 
    Tenslotte zijn er nog die ongrijpbare kwaliteiten - de verfijnde techniek, het gevoel voor compositie en voor detail, de zorgvuldig aangebrachte accenten - die hem verheffen boven zijn navolgers. Het is de magie van het oog en de hand van de meester, die je pas ten volle ervaart als je voor het schilderij zelf staat.
   
   Dit alles maakte het bezoek aan de Kunsthal, ook al vallen er helaas maar acht Hoppers te bewonderen, tot een bijzondere en onvergetelijke ervaring.
 
    In één van de schilderijen zag ik iets opmerkelijks, iets wat me een tijdje heeft beziggehouden. Het gaat om het hier onder afgebeelde schilderij. Op het eerste gezicht misschien niets bijzonders, maar zoals wel vaker, schijn bedriegt.



Seven a.m., 1948
 
 
   We zien de etalage van een winkel. De klok aan de wand vertelt ons dat het zeven uur is. Het is nog vroeg, de zon staat laag, het licht valt ver naar binnen.
    Donker struikgewas vult de linkerkant van het doek. Het is een verwijzing naar het Amerikaanse verleden, de duistere wildernis waarop de jonge beschaving is gebouwd en waarvan deze nog altijd is doordrongen. De scheiding is kunstmatig.
    Wat is het eigenlijk voor winkel? De spaarzame voorwerpen in de etalage geven geen uitsluitsel. Flessen, een portretje - wat zouden ze hier verkopen? Antiek, rariteiten, tweedehands spullen? De boekenkast lijkt helemaal leeg. Gaat deze winkel wel eens open? Is het wel een winkel? Vragen.
 
    De klok aan de wand geeft de tijd aan. De schaduw van de klok valt op de muur. Dan zie ik iets merkwaardigs.


 

   De muur wordt onderbroken door een zuil, maakt een hoek, maar de schaduw van de klok loopt gewoon door. Klopt dit wel? De schaduw hoort toch verkort te worden, zodra deze op het haaks staande stuk muur valt?
    Zie ik het verkeerd of heeft Hopper zich hier vergist? Dat laatste kun je je nauwelijks voorstellen. Is er misschien nog een derde mogelijkheid denkbaar? Het raadselachtige detail laat me niet los.
 
    Ja, dat moet het zijn, dacht ik later. Ik heb er zo lang naar staan kijken – wat je dan gaat zien is niet alleen de schaduw van de klok, maar ook de schaduw van de tijd, die verstreken is. Dat wilde Hopper laten zien: de tijd die nodig is om goed te kijken, om het te zien.
 
    Kijk rustig verder …



 House by the railroad, 1925


.
 Summer interior, 1909

.

 Office night, 1940

.
.
 A woman in the sun, 1961

.
.
 Summer evening, 1947
.


dinsdag 1 maart 2011

Het ultieme genot



   'Wat ons vooral drijft is verlangen - verlangen in allerlei vormen. Seksueel, emotioneel, spiritueel en verlangen naar persoonlijk contact. Verlangen is overal. Mijn schilderijen zijn slechts een voorbeeld van dit gecreëerde verlangen en tonen de complexiteit ervan.'
 
   Aan het woord is Terry Rodgers. In zijn schilderijen toont hij ons een verleidelijke partywereld van rijke, mooie en jonge mensen. Maar de glitter en glamour is bedrieglijk. De blikken staan naar beneden gericht, kijken van elkaar weg. De schone schijn, de materiële rijkdom lijkt een groot gemis aan echt persoonlijk contact te maskeren.
.





   'Vroeger stond een naakt lichaam gelijk aan kwetsbaarheid. Als je de kleren weghaalde zag je de essentie van een persoon. Tegenwoordig is het lichaam het zo koopbaar als de kleding. Het is een nieuwe facade, een pantser om achter te schuilen. Daarmee lijkt de laatste mogelijkheid om iemand écht te zien verkeken.'



 


   'En het gaat over de toeschouwer - hoe we interpreteren en reageren op wat we zien, hoe wij die mensen in de schilderijen zijn en hoe zij ons zijn.'
 
   Deze schilderijen van Terry Rodgers maken deel uit van de serie ‘The Apotheosis of Pleasure'. Ook de begeleidende teksten zijn van zijn hand. De afbeeldingen heb ik geplukt van zijn eigen website. http://www.terryrodgers.com/
 
   In het Scheringa Museum was in de zomer van 2009 een tentoonstelling ingericht met een twintigtal werken uit deze serie. Gelukkig was ik net op tijd om daar een kijkje te nemen voordat voor zowel museum als de DSB Bank het doek viel.

.

.